Compulsar novem dictionarios de interlingua

Piet Cleij, le IED, etc. Modo de empleo. Creative Commons License Menu de inter­lingua.
Alsi majusculas Solo entratas Parolas integre 2k5
Sin exemplos Alsi linea previe / proxime Liga­mine para­metri­sate
ia‑en (IED) en‑ia (G&B) en‑ia (S&G)
ia‑nl nl‑ia fr‑ia de‑ia es‑ia eo‑en
Postfiltro:

abandonar, ~ un idea (idea) : een denkbeeld laten varen, zich losmaken van een denkbeeld
abatter, ~ un cavallo vulnerate : een gewond paard afmaken
abbreviar /v/ : verkorten, afkorten, inkorten, bekorten, korter maken, samenvatten, uittrekken
ablandar /v/ : verzachten, zacht maken, week maken
abonar(II) /v/ : verbeteren, beter maken
abusar, ~ del amicitate : misbruik maken van de vriendschap
accender /v/ : aansteken (vuur, licht), aanmaken (vuur)
accendimento /sub/ : het aansteken (vuur), het aanmaken (vuur), ontsteking
accurtar /v/ : verkorten, inkorten, afkorten, korter maken
acerbar /v/ : verzuren, zuur maken, verbitteren, bitter maken
acidificante /adj/ : zuurmakend
acidulante /adj/ : een beetje zuur makend
acidulation /sub/ : het lichtelijk zuur maken, aanzuring
actualisar, ~ un manual scholar : een schoolboek up to date maken
affirmar /v/ : stevig maken, stevigheid geven aan, verstevigen
affrontar, ~ un cosa con grande serietate : ernst met iets maken
aggrandir /v/ : groter maken, vergroten, uitbreiden, doen (aan)groeien, verruimen
aggrandir, ~ un apertura : een opening groter maken
alleviar /v/ : verlichten, lichter maken, verzachten (pijn, etc.)
amarisar /v/ : bitter maken
ameliorar /v/ : beter maken, beter worden, verbeteren
ampliar /v/ : vergroten, groter maken, verruimen, uitbreiden, versterken
animadverter /v/ : aanmerkingen maken op, afkeuren, kritiseren
ankylosar /v/ : de gewrichten verstijven/stijf maken
annullar /v/ : annuleren, vernietigen, te niet doen, afzeggen, ongedaan maken, intrekken, ongeldig verklaren
annunciar /v/ : aankondigen, doen weten, mededelen, bekend maken
apostilla, poner ~s : kanttekeningen maken
apostillar /v/ : apostilleren, kanttekeningen maken
apprestar, ~ se pro le viage : aanstalten maken voor de reis
appropriabile /adj/ : dat geschikt is te maken
apte, facer un cosa ~ pro : iets bruikbaar maken voor
aqua, facer ~ : water maken, lekken
aqua, facer ~ : water maken, lekken
artificialisar /v/ : artificiëel maken, gekunsteld/onnatuurlijk maken
assurdar, producer un strepito (strepito)/fracasso/ruito assurdante : een oorverdovend lawaai maken
attemperar /v/ : geschikt maken, schikken, voegen
attentori /adj/ : inbreuk makend, schendend, die/dat aantast
augmentar /v/ : groter maken/worden, vermeerderen, toenemen, toenemen, verhogen, doen stijgen
balanciar, ~ un budget : een begroting sluitend maken
basificar /v/ : CHIMIA in een base omzetten, basisch maken
beatificante /adj/ : zaligmakend
beatificante, unicamente ~ : alleenzaligmakend
beneficio, realisar/obtener ~s : winsten maken/behalen
blanchimento /sub/ : het witten, het wit maken
bottilia, nos va finir/terminar le ~ : we zullen de fles maar leegmaken
breve, esser ~ e curte : het kort maken
budget, equilibrar un ~ : een begroting sluitend maken
capite (capite), facer tornar le ~ a un persona : iemand duizelig maken
carcerari /adj/ : met de gevangenis te maken hebbend, van de gevangenis
cartelisar /v/ : tot een kartel maken
caso, facer multe ~ de : veel ophef/drukte maken van
cena, preparar/apprestar/facer le ~ : het avondeten klaarmaken
centuplar /v/ : verhonderdvoudigen, honderd maal groter maken, met honderd vermenigvuldigen
centuplicar /v/ : verhonderdvoudigen, honderd maal groter maken, met honderd vermenigvuldigen
cholera (cholera), mitter in ~ : kwaad maken
clauder /v/ : dichtstoppen, sluiten, dichtmaken, verstoppen
cognoscer, facer ~ su intentiones : zijn bedoelingen kenbaar maken
combinar, iste sapores combina ben : deze smaken zijn goed te combineren/gaan goed samen
commission, facer parte de un ~ : deel uitmaken van een commissie
committer, ~ un error : een fout maken, zich vergissen
compactar /v/ : samenbinden, samenpakken, samenpersen, verdichten, compact maken, condenseren
compatibilisar, ~ systemas : systemen compatibel maken
compensar /v/ : vergoeden, schadeloos stellen, goed maken, vereffenen, compenseren
completar, adjunger un detalio pro ~ le insimul (insimul) : een detail toevoegen om het geheel volledig te maken
complicar /v/ : ingewikkeld(er) maken, moeilijk(er) maken, compliceren, verwarren, duister maken
componer /v/ : samenstellen, vervaardigen, maken, vormen
concluder /v/ : afsluiten, beëindigen, een eind maken aan, besluiten
confection /sub/ : het vervaardigen, het samenstellen, het bereiden (van gerechten), het maken, vervaardiging, bereiding
confectionar /v/ : vervaardigen, samenstellen, maken, bereiden (van gerechten)
confectionar, facer ~ un vestimento : een kledingstuk laten maken
conservar, ~ fructos : vruchten houdbaar maken
consolidar /v/ : versterken, steviger maken, stutten, duurzaam maken, blijvend doen worden, consolideren MILITAR
consolidation /sub/ : het versterken, het steviger maken, het stutten, versterking, consolidatie, consolidering
constituer, ~ le essentia de : het belangrijkste deel uitmaken van
constituer, ~ le essential : het belangrijkste deel uitmaken
constitutionalisar /v/ : constitutionaliseren, constitutioneel/grondwettig/grondwettelijk maken
contexto, traher le signification del ~ : uit de samenhang van de zin de betekenis opmaken
coperte, alluder ~mente a un cosa : in bedekte/verhulde termen toespelingen maken op iets
copiar, ~ un obra de arte : een kunstwerk namaken
corte, facer le ~ a un prince : zijn opwachting maken bij een vorst
corte, facer le ~ a : het hof maken
cortesar /v/ : het hof maken
costume, facer de un cosa un ~ : van iets een gewoonte maken
cruce, facer le signo del ~ : het kruisteken maken
curar, ~ un persona : iemand beter maken
curtar /v/ : korten, kort(er) maken
curte, esser breve e ~ : het kort maken
deducer, ~ le senso de un parola per le contexto : de betekenis van een woord uit de kontekst opmaken
demolir /v/ : afbreken, slopen, slechten, verwoesten, kapot maken
demolition /sub/ : het afbreken, het slopen, het slechten, het verwoesten, het kapot maken, afbraak, sloop, slechting, verwoesting
densificar /v/ : verdichten, dichter maken
derider /v/ : bespotten, bespottelijk maken, honen
detergente /adj/ : schoonmakend, reinigend, zuiverend
detergentia /sub/ : het schoonmaken, het reinigen
deterger /v/ : schoonmaken, reinigen, zuiveren
deteriorar /v/ : beschadigen, bederven, vernielen, defect maken, schaden, verslechteren, slecht(er) maken
deteriorar, ~ un apparato : een apparaat stukmaken
detersion /sub/ : reiniging, zuivering, het schoonmaken
devastar /v/ : verwoesten, vernielen, vernietigen, slechten, te gronde richten, met de grond gelijk maken
devocalisar /v/ : PHONETICA stemloos maken
devocalisation /sub/ : PHONETICA het stemloos maken
diagnosticar /v/ : de diagnose stellen van, de diagnose opmaken van, diagnosticeren
diffamar /v/ : (be)lasteren, zwartmaken, beledigen, smaden, in opspraak brengen, honen
differentiar, ~ iste duo nuances (F) es difficile : het is moeilijk onderscheid te maken tussen die twee nuances
dirimente /adj/ : JURIDIC ongeldig makend, teniet doend, vernietigend, annulerend
dirimente, impedimento ~ : verhinderend/ongeldig makend beletsel
disaerar /v/ : TECHNICA ontluchten, luchtvrij maken (beton)
disaeration /sub/ : TECHNICA het ontluchten, het luchtvrij maken (beton)
disassemblage /sub/ : het uiteennemen, het uiteenhalen, het losmaken, het demonteren, demontage
disassemblar /v/ : uiteennemen, uiteenhalen, losmaken, demonteren
disblocar /v/ : losmaken, loszetten, losdraaien, vrijmaken, vrijgeven, deblokkeren
discampamento /sub/ : het uit de voeten maken, het snel vertrekken
discatenar /v/ : (anque FIGURATE) de kettingen/ketens losmaken, ontketenen
discompletar, le perdita (perdita) de iste pecia ha discompletate su collection : incompleet maken
disconnecter /v/ : losmaken, loskoppelen, verbreken (van verbinding), uitschakelen, uitdraaien, uitdoen
discontentar /v/ : ontstemmen, ontevreden maken
discrete, facer un uso ~ de : een gepast gebruik maken van
disinebriar /v/ : ontnuchteren, nuchter maken
disinteressar /v/ : de belangstelling doen verliezen, onverschillig maken
disobstruer /v/ : (een buis) ontstoppen, doorsteken, vrijmaken
disodorante /adj/ : reukloos makend, reuk verdrijvend
disoxydar, ~ un catena : een ketting roestvrij maken
disoxydation, le ~ de un catena : het roestvrij maken van een ketting
distender /v/ : losser maken, ontspannen
distinguer, ~ inter (inter) le possibile e le probabile : onderscheid maken tussen het mogelijke en het waarschijnlijke
diverter /adj/ : afleiding/ontspanning bezorgen, vermaken, opvrolijken
diverter, ~ se agradabilemente : zich aangenaam vermaken/ontspannen/amuseren
domar /v/ : temmen, tam maken
domesticabile /adj/ : tot huisdier te maken
domesticar /v/ : temmen, tam/mak maken, tot huisdier maken
domestication /sub/ : het temmen, het tam/mak maken, het tot huisdier maken, domesticatie
dulcificar /v/ : zoeten, verzoeten, zoet maken
dulcificar, ~ aqua : water zacht maken, water ontharden
eclipsar /v/ : FIGURATE eclipseren, verduisteren, onzichtbaar maken
emendar /v/ : verbeteren, beter maken, corrigeren, emenderen
emolliente /adj/ : verzachtend, weekmakend, verwekend
emollir /v/ : verzachten, week maken
emover, sin ~ se : zonder zich druk te maken, kalm, gelaten, onbewogen
emulsionabile /adj/ : geschikt om er een emulsie van te maken
emulsor /sub/ : toestel om emulsies te maken, emulgeertrommel, emulgator
enervante /adj/ : verzwakkend, krachteloos makend, afmattend
epigrammatisar /v/ : puntdichten/epigrammen maken
epitomar /v/ : resumeren, samenvatten, een uittreksel/overzicht/résumé maken van
equilibrar, ~ un budget : een begroting sluitend maken
error, committer un ~ : een vergissing maken, een fout begaan
error, corriger/rectificar un ~ : een vergissing herstellen, een fout goed maken
establimento /sub/ : het opstellen, het vaststellen, het opmaken, het vastleggen
establir /v/ : opstellen, vaststellen, opmaken, vastleggen
eternisar /v/ : vereeuwigen, onsterfelijk maken
eternisar, iste discoperta eternisara (eternisara) le memoria de iste grande scientista : vereeuwigen, onsterfelijk maken
eternisar, ~ le nomine de un poeta : de naam van een dichter onsterfelijk maken
evalutar, ~ le costos : een schatting van de kosten maken, de kosten ramen
exaggerar /v/ : overdrijven, te ver gaan, opblazen, groter maken
exasperar /v/ : zeer ergeren, woedend maken, buiten zichzelf brengen, tot wanhoop brengen, radeloos maken
executar, ~ un rotation/un giration : een omwenteling maken
expiar /v/ : boeten voor, boete doen voor, weer goedmaken, RELIGION verzoenen
exploitar  /{plwa}/ : ontginnen, exploiteren, winstgevend maken, rentegevend maken, rendabel maken
exploitar  /{plwa}/ : uitbuiten, misbruiken, misbruik maken van, exploiteren
exponer, ~ su intentiones : zijn bedoelingen kenbaar maken
extincte, facer un impression ~ : een uitgebluste indruk maken
extranee, esser ~ a un cosa : niets te maken hebben met iets
extricabile /adj/ : ontwarbaar, los te maken
fardar, ~ se discretemente : zich bescheiden opmaken
fatigante /adj/ : (moe makend) vermoeiend
fecundar /v/ : bevruchten, vruchtbaar maken
felicitar /v/ : gelukwensen, feliciteren, complimenten, een compliment maken
felonia (felonia) /v/ : vervilten, tot vilt maken/worden
fenestrar /v/ : vensters aanbrengen, vensters/openingen maken in
fertilisante /adj/ : vruchtbaar makend, bemestend, groeizaam
firmar /v/ : vast maken, stevig maken, stabiel maken
fluidificabile /adj/ : vloeibaar te maken
forar /v/ : een gat/gaten maken in, boren, aanboren, uitboren, doorboren
formar, ~ parte de : deel uitmaken van
fortificar /v/ : sterk(er) maken, versterken
fugir, ~ a tote velocitate : zich snel uit de voeten maken
fundamental /adj/ : fundamenteel, de grondslag uitmakend, essentieel, grond...
fundamental, sono ~ : fundamenteel, de grondslag uitmakend, essentieel, grond...
galantear /v/ : het hof maken
gasification /sub/ : het omzetten in gas, vergassing, het gasvormig maken
genuflecter /v/ : knielen, een knieval maken
giration, executar un ~ : een omwenteling maken
glossar /v/ : glosseren, aantekeningen maken bij, van opmerkingen voorzien
gratia, ~ justificante : rechtvaardigmakende genade
gratia, ~ sanctificante : heiligmakende genade
hastar, ille se hasta de terminar le travalio : hij haast zich het werk af te maken
hebetar /v/ : doen afstompen (van geest/intelligentie), dom maken
homage, presentar su ~s a un persona : iemand eerbiedig begroeten, bij iemand zijn opwachting maken
homogeneisar, ~ componentes de diverse natura : componenten van diverse aard homogeen maken
hydrofugar /v/ : waterafstotend/waterdicht maken
idolatrar, multe populos antique idolatrava le fortias del natura : verafgoden, een afgod maken van
imitabile, su signatura es facilemente ~ : zijn handtekening is gemakkelijk na te maken
imitation /sub/ : het imiteren, imitatie, het namaken, namaak, namaking, het navolgen, navolging, het nabootsen, nabootsing
immaterialisar /v/ : immaterieel maken, vergeestelijken
immortalisar /v/ : onsterfelijk maken, vereeuwigen
immunisar /v/ : MEDICINA onvatbaar maken (voor infectieziekten), immuun maken, immuniseren
impejorar /v/ : slechter maken/worden, verslechteren
imperfectibile /adj/ : niet te volmaken, niet voor verbetering vatbaar
impermeabilisar /v/ : waterafstotend/waterdicht maken
impermeabilisar, ~ un texito : een weefsel water-dicht maken
impermeabilisation /sub/ : het waterafstotend/waterdicht maken
impermeabilisation, le ~ de un texito : het water-dicht maken van een weefsel
impotentia, reducer al ~ : machteloos maken
impovrir, le crise/crisis (crisis) agricole/agricultural ha impovrite le campania : arm maken, verarmen
impregnar /v/ : bevruchten, zwanger maken
impregnation /sub/ : het bevruchten, bevruchting, het zwanger maken
inadvertentia, facer un error per ~ : door onachtzaamheid een fout maken
incurrer, ~ expensas : kosten maken
indiscrete, disvelar indiscretemente un secreto : op indiscrete wijzen een geheim openbaar maken
inebriante /adj/ : dronken makend, bedwelmend, benevelend, koppig
inexpiabile /adj/ : onvergeeflijk, niet goed te maken, niet te verzoenen, onverzoenlijk
inferer /v/ : infereren, afleiden, besluiten, opmaken
inferibile /adj/ : afleidbaar, op te maken
inferno, converter le vita de un persona in un ~ : het leven van iemand tot een hel maken
infestar /v/ : (mbt ongedierte/plunderaars) teisteren, onveilig maken
infirmar /v/ : ontkrachten, verzwakken, krachteloos maken, ontzenuwen (argumenten)
infirmar /v/ : JURIDIC vernietigen, nietig verklaren, te niet doen, ongeldig verklaren, ongedaan maken
ingrassiar /v/ : vet(ter) maken/worden, dikker worden, vetmesten
ingrossar /sub/ : dik(ker)/groter maken/worden
inquietar /v/ : verontrusten, ongerust maken, bezorgd maken
insinuar /v/ : insinueren, bedekte toespelingen maken, bedekt te kennen geven, bedekt te verstaan geven
inspissar /v/ : dikker maken, indikken, dichter maken
inspissation /sub/ : het dikker maken, het indikken, het dichter maken, verdikking, indikking, verdichting
institutionalisar /v/ : institutionaliseren, tot een officiële instelling maken
institutionalisation /sub/ : institutionalisering, het tot instelling worden/maken
instrumentar /v/ : JURIDIC instrumenteren, akten opmaken
integrante, facer/formar parte ~ de : een integrerend deel uitmaken van
integrar /v/ : integreren, (als bestanddeel) invoegen, (in 't geheel) opnemen, tot één geheel maken
intelligibile, render un cosa ~ a un persona : iets duidelijk voor iemand maken
intensive, utilisar intensivemente un cosa : druk gebruik maken van iets
intentar /v/ : JURIDIC (een proces) aanspannen, aanhangig maken, aandoen, aanleggen, instellen
intentar, ~ un processo : een proces aanhangig maken
intentar, ~ un causa contra un persona : een rechtszaak tegen iemand aanhangig maken
intention, ~es : zijn bedoelingen kenbaar maken
intertener /v/ : onderhouden, vermaken, amuseren
intimar /v/ : (van hogerhand) gelasten/bekend maken
invalidabilitate /sub/ : mogelijkheid tot ongeldig maken/verklaren
invalidar /v/ : krachteloos maken, ontzenuwen
invalidation /sub/ : het krachteloos maken, het ontzenuwen, ontzenuwing
ironisar /v/ : ironiseren, spottende opmerkingen maken
irremediabile /adj/ : onherstelbaar, ongeneeslijk, zonder uitweg, hopeloos, niet meer ongedaan te maken
irreparabile, pronunciar parolas ~ : dingen zeggen die niet ongedaan zijn te maken
irrider /v/ : bespotten, belachelijk maken
irritar /v/ : irriteren, prikkelen, boos maken, ergeren
japonisation /sub/ : het geven van een Japans karakter aan, het Japans maken
justificante /adj/ : rechtvaardigmakend
justificante, gratia ~ : rechtvaardigmakende genade
laciar /v/ : dichtrijgen (met veter), vastmaken
legar /v/ : legateren, vermaken, nalaten
legiferar /v/ : wetten maken
legifere /adj/ : wetten makend
ludificar /v/ : belachelijk/bespottelijk maken
marginar /v/ : kanttekeningen maken bij
massacrar /v/ : afslachten, afmaken, vermoorden
matar /v/ : mat maken, matteren, dof maken
materialisar /v/ : stoffelijk maken of voorstellen, materialiseren, verwerkelijken, verwezenlijken
materialisation /sub/ : het stoffelijk maken of voorstellen, het materialiseren, materialisering, verwezenlijking, verwerkelijking
meliorar /v/ : beter maken, verbeteren
melioration /sub/ : het beter maken, het verbeteren, verbetering
minuta, facer le ~ de : minuteren, de minuut maken van
mitrar /v/ : de mijter opzetten, tot bisschop maken
mixtura, ~ refrigerante/frigorific/cryogene : koudmakend mengsel
mollificar /v/ : zacht maken, verzachten, week maken, weken
musca, facer de un ~ un elephante : van een mug een olifant maken
mutual, facer se reproches {sj}  ~ : elkaar over en weer verwijten maken
nanificar /v/ : (m.b.t. planten) de groei verhinderen, de groei onmogelijk maken
necessitar, iste operation necessita un grande maestria del technica : noodzakelijk maken, nodig maken, vereisen
necessitate, facer de ~ virtute : van de nood een deugd maken
neutralisar /v/ : neutraliseren, krachteloos maken, onschadelijk maken, onzijdig maken
nomenclar /v/ : de naamlijst opstellen van, de nomenclatuur maken van
nota, prender ~s : aantekeningen maken
notar /v/ : opschrijven, optekenen, noteren, aantekeningen maken
obscurar /v/ : verduisteren (anque FIGURATE), donker/duister maken
obscuration /sub/ : (anque FIGURATE) het verduisteren, het duister maken, verduistering
obviar, ~ le necessitate de un cosa : iets overbodig maken
occidentalisar /v/ : westers maken, verwestersen
organisar, ~ le empleo (empleo) del tempore : een werkschema maken
original /adj/ : origineel, oorspronkelijk, de oorsprong of de oudste vorm uitmakend
parte, facer/formar ~ de : deel uitmaken van, (be)horen bij
permitter /v/ : mogelijk maken, in staat stellen
permitter, le epicyclo ha permittite al grecos de explicar le movimento del planetas : mogelijk maken, in staat stellen
petra, non lassar ~ super (super) ~ : geen steen op de andere laten, met de aardbodem gelijkmaken
pirouettar  /{oe}/ : een pirouette/pirouettes maken, pirouetteren
placer /v/ : behagen, tevreden stellen, naar de zin maken
placia, aperir ~ : ruimte maken
poema, facer/scriber ~s : gedichten maken
prender, ~ notas : aantekeningen maken
prescholar, activitates ~ : bezigheden die jonge kinderen schoolrijp moeten maken
pretender, 3 ~ a : aanspraak maken op, opeisen
proficiente /adj/ : vorderingen makend
profitar, ~ del occasion/opportunitate : van de gelegenheid gebruik maken
profito, realisar ~s : winsten maken
prolongar /v/ : langer laten duren, verlengen, langer maken
prolongar /v/ : de lengte vergroten, verlengen, langer maken
prosternar,prosterner /v/ : machteloos maken
prosternar,prosterner, ~ se : neerknielen, een voetval maken, zich ter aarde werpen, in het stof knielen
prostituer /v/ : FIGURATE vergooien, te grabbel gooien, te schande maken, verlagen
prostrar /v/ : machteloos maken
public, vergoniar publicamente un persona : iemand publiekelijk te schande maken
pyrotechnica /sub/ : pyrotechniek, kunst om vuurwerk te maken
querelar /v/ : twisten, ruzie maken
rasar /v/ : slechten, met de grond gelijk maken
reactualisar /adj/ : weer actueel/up-to-date maken 
reactualisar, ~ un dictionario : een woordenboek weer up-to-date maken
reactualisation /sub/ : het weer actueel/up-to-date maken 
reactualisation, ~ de un dictionario : het weer up-to-date maken van een woordenboek
realisar /v/ : realiseren, uitvoeren, verwezenlijken, bewerkstelligen, tot stand brengen, waar maken 
realisar, ~ su promissas : zijn beloften waar maken 
realisar, ~ beneficios/profitos : winsten maken 
realisar /v/ : te gelde maken, verzilveren, verkopen 
realisation /sub/ : realisatie, het te gelde maken, verkoop 
reciproc (reciproc), facer se reproches {sj} ~ : elkaar over en weer verwijten maken
reclamar, ~ contra : protesteren tegen, reclameren tegen, bezwaar maken tegen, protest aantekenen tegen 
recommitter, ~ le mesme error : weer dezelfde fout maken
rediger /v/ : redigeren, (op)stellen, schrijven, opmaken 
reduplar /v/ : verdubbelen, sterker maken, versterken, vermeerderen 
refecundar /v/ : opnieuw bevruchten, weer vruchtbaar maken
referer, ~ se subtilmente a un cosa : een bedekte toespeling op iets maken
refrigerante, mixtura ~ : koudmakend mengsel 
reificar /v/ : PHILOSOPHIA omzetten in of beschouwen als een concreet ding, (iemand) tot een object maken
reimpermeabilisar /v/ : weer waterafstotend/waterdicht maken
reimpermeabilisation /sub/ : (het) weer waterafstotend/waterdicht maken
remitter /v/ : overhandigen, overdragen, verzenden, zenden, overmaken 
remonstrar /v/ : tegenwerpingen maken, tegenwerpen, protesteren
reobscurar /v/ : weer verduisteren/donker maken
reparar /v/ : repareren, herstellen, weer in orde brengen, maken 
reparar, ~ un omission : een verzuim herstellen/goedmaken 
repasto, preparar/apprestar/facer le ~ : de maaltijd bereiden, het eten klaarmaken/koken 
restab(i)lir, 2 ~ le sanitate de : gezond maken, genezen 
restab(i)lir, ~ le sanitate de un persona : iemand beter maken/genezen 
revelar, ~ su intentiones : zijn bedoelingen kenbaar maken 
rimar /v/ : rijmen, dichten, verzen maken 
roborar /v/ : versterken, sterk maken
rotation, executar un ~ : een omwenteling maken
rubefaciente /adj/ : MEDICINA (huid) roodmakend, een brandend gevoel veroorzaken (in de huid)
salate /adj/ : zout, gezouten, zout bevattend, naar zout smakend 
salvar, ~ se : vluchten, zich uit de voeten maken, er snel van door gaan 
sanar, ~ un persona : iemand beter maken
sanctificante, 1 gratia ~ : heiligmakende genade
sanguificar /v/ : in bloed omzetten, aanmaken van bloed
sasir /v/ : grijpen, vangen, zich meester maken van, aangrijpen, aanvatten, waarnemen, gebruik maken van 
schizzar  /{ts} v/ : schetsen, tekenen, een schets/schetsen maken van 
serietate, affrontar un cosa con grande ~ : ernst met iets maken, iets ernstig aanpakken
sigillar /v/ : vastzetten, vastmaken 
signalisar, ~ su intentiones : zijn bedoelingen kenbaar maken
signar, 3 ~ se : een kruisteken maken, een kruis slaan
significar /v/ : mededelen, te kennen geven, kenbaar maken, beduiden 
signification /sub/ : het mededelen, het te kennen geven, het kenbaar maken, het beduiden 
sonorisar /sub/ : PHONETICA (een medeklinker) stemhebbend maken 
sonorisation /sub/ : PHONETICA het stemhebbend maken (van een medeklinker) 
spiritualisar /v/ : vergeestelijken, geestelijk maken 
spissar /v/ : dichter maken, dichter worden 
stabilir /v/ : stevig/stabiel maken 
sterilisar /v/ : steriliseren, onvruchtbaar maken 
sterilisar /v/ : steriliseren, steriel/kiemvrij maken 
sterilisation /sub/ : het steriliseren, het onvruchtbaar maken, sterilisatie, onvruchtbaarmaking 
sterilisation /sub/ : het steriliseren, het kiemvrij maken, sterilisatie 
strepente /adj/ : lawaai makend, rammelend 
striar /v/ : strepen zetten/maken
subalternar /v/ : ondergeschikt maken
subalternation /sub/ : het ondergeschikt maken
sublevar, ~ objectiones : tegenwerpingen maken/opwerpen 
submitter, ~ un cosa a un tribunal : iets bij de rechtbank aanhangig maken 
subtil, referer se subtilmente a un cosa : een bedekte toespeling op iets maken
superflue, facer costos ~ : onnodige kosten maken
supputar /v/ : ramen, schatten, begroten, een schatting maken van
surprendente, facer progressos ~ : verrassend goede vorderingen maken 
tappar /v/ : bedekken, (toe)stoppen, afsluiten, dichtmaken, kurken 
tepidar /v/ : lauw maken, de kou afhalen van
terminar /v/ : beëindigen, een einde maken aan, besluiten, afsluiten 
terrer /v/ : angst/schrik aanjagen, verschrikken, afschrikken, bang maken
terrificar /v/ : angst/schrik aanjagen, bang maken, verschrikken, afschrikken 
terrose, haber un gusto ~ : gronderig smaken
testa, facer tornar le ~ a un persona : iemand duizelig maken 
testamento, facer un ~ : een testament maken 
testamento, legar per ~ : per testament vermaken 
testar (I) /v/ : testeren, een testament maken
teutomania (teutomania) /sub/ : streven om Duitsland oppermachtig te maken
timite, facer se ~ : zich gevreesd maken
toastar  /{oo}/ : roosteren, toost maken van 
toilette /sub/ : toilet (handeling om zich te kappen/te kleden en op te maken) 
toilette, facer su ~ : zijn toilet maken 
tornar, facer ~ le testa/capite (capite) a un persona : iemand duizelig maken 
totalisar /v/ : optellen, bijeentellen, samentellen, het totaal opmaken van, alles optellen 
traher, ~ le signification del contexto : uit de samenhang van de zin de betekenis opmaken 
transformar, ~ un castello in hotel : van een kasteel een hotel maken 
transmitter /v/ : overbrengen, overdragen, overleveren, overmaken, doen toekomen, (TELEVISION, RADIO) uitzenden 
ultimar /v/ : ten einde brengen, voltooien, afmaken
uso, facer un ~ discrete de : een gepast gebruik maken van 
veracitate, demonstrar le ~ de un cosa : iets aannemelijk maken 
versar (II), ~ le amonta juste : het juiste bedrag overmaken 
vilipender /v/ : beschimpen, afgeven op, verguizen, verachtelijk handelen, door het slijk sleuren, uitmaken voor alles wat mooi en lelijk is
virtute, facer de necessitate ~ : van de nood en deugd maken 
vivificante, gratia ~ : levenmakende genade 
aanspraak, ten onrechte ~ maken op : arrogar se
aanstalten, ~ maken om te : preparar se a/pro
aanstalten, ~ maken voor de reis : apprestar se pro le viage
aanstalten, geen ~ maken om : non monstrar le intention de
aantekening, ~en maken : prender notas, notar
afdichten /WW/ : clauder hermeticamente, obturar, (waterdicht maken) impermeabilisar
akte, (instrumenteren) ~n opmaken : instrumentar
attent, iemand op iets ~ maken : (at)traher le attention de un persona verso/sur un cosa, facer remarcar un cosa a un persona
batterij, de ~ schietklaar maken : preparar le batteria
bedwelmend /BN/ : stupefactive, stupefaciente, hypnotic, anesthetic, narcotic, (dronken makend) inebriante
begroting, een ~ sluitend maken : equilibrar/balanciar un budget
beslechten /WW/ : (vlak maken) applanar, equalisar
bespottelijk, ~ maken : render ridiculo, ridiculisar, derider, irrider, ludificar
beter, een zieke ~ maken : sanar/curar un malado
beter, (verbeteren) ~ maken : (a)meliorar, emendar
bevestigbaar /BN/ : (vast te maken) fixabile
bevestigen /WW/ : (sterker maken) reinfortiar, confirmar, (met bewijs) corroborar
bevestiging /ZN/ : (het sterker maken) reinfortiamento, confirmation, (met bewijs) corroboration
bevruchten /WW/ : (zwanger maken) impregnar
bitter, ~ maken : amarisar
bont, het al te ~ maken : exaggerar le cosas
boogsprong, een korte ~ maken : curvettar
bouwrijp, een terrein ~ maken : render un terreno edificabile
buiteling, ~en maken : gambadar
buitensluiten /WW/ : (onmogelijk maken) excluder, precluder, render impossibile
captie, (tegenstribbelen) ~s maken : esser recalcitrante, resister
concentreren /WW/ : (sterker maken) concentrar, condensar
diagnose, de ~ stellen/opmaken van : formular/facer le diagnose, diagnosticar
dichten /WW/ : (dichtmaken) tappar, obturar, (met stopverf/kit) masticar
dichten /WW/ : (gedichten maken) poetisar, rimar, versificar, facer/scriber/componer versos, scriber poesia (poesia)
doorbijten /WW/ : (stukmaken, verdelen) morder, rumper con le dentes
doorsteken /WW/ : (een opening maken in) perciar, transperciar, perforar
drinkbaar, water ~ maken : potabilisar aqua
drukte, ~ maken : agitar se
duister, ~ maken : obscurar
duister, het ~ maken : obscuration
emulsie, geschikt om er een ~ van te maken : emulsionabile
emulsie, toestel om ~s te maken : emulsor
falsificeren /WW/ : (valselijk opstellen/opmaken etc.) falsificar
gebaren /WW/ : gesticular, facer gestos, (om iets duidelijk te maken) dar signo
gebruik, van iemands diensten ~ maken : acceptar le servicios de un persona
gedachtensprong, een ~ maken : facer un salto mental de un idea (idea) a un altere
geld, te ~e maken : vender
gelijktrekken /WW/ : (de laagste gelijk maken aan de hoogste) equal(is)ar, nivellar
geneigd, ~ zijn om fouten te maken : esser pron de facer errores
gewoonte, een ~ van iets maken : facer de un cosa un costume
grondwettelijk, ~ maken : constitutionalisar
haasten, hij haast zich het werk af te maken : ille se hasta de terminar le travalio/labor
hatelijk, ~e opmerkingen maken : facer remarcas/commentarios odiose
haten, zich gehaat maken bij : facer se odiar de/per
hechten /WW/ : u(vastmaken) attachar {sj}, fixar, affixar, affiger
herstellen /WW/ : (weer gezond/beter maken) restab(i)lir, (weer gezond/beter worden) restab(i)lir se
honderd, ~ maal groter maken, met ~ vermenigvuldigen : centuplar, centuplicar
houdbaar, vruchten ~ maken : conservar fructos
immaterieel, ~ maken : immaterialisar
impregneren /WW/ : impregnar, (waterdicht maken) impermeabilisar
inkorten /WW/ : (korter maken) accurtar, abbreviar
inmaakfruit /ZN/ : (fruit om in te maken) fructos pro conserva
inmaakgroente /ZN/ : (groente om in te maken) verduras/legumines pro conserva
inmaakuitjes /ZN MV/ : (uitjes om in te maken) parve cibollas pro conserva
innaaien /WW/ : (korter maken) accurtar, (nauwer maken) restringer
inrichten /WW/ : (gereed maken voor gebruik/bewoning) arrangiar, equipar, (huis) mobilar
inruimen /WW/ : (ruimte maken) ceder, liberar
instelling, tot een ~ maken : institutionalisar
instelling, het tot een ~ maken, het tot ~ worden : institutionalisation
integreren /WW/ : (volledig maken) integrar, completar
integrerend, een ~ deel uitmaken van : formar parte integrante/integral de
intensief, ~ gebruik maken van iets : facer un uso intensive de un cosa, usar un cosa intensivemente
kachel, de ~ aansteken/aanmaken : accender le estufa
kanttekening, ~en maken bij een brief : apostillar un littera (littera)
kanttekening, kritische ~en plaatsen/maken bij : facer observationes super (super)
kartel (kartel), een ~ vormen, tot een ~ maken : cartelisar, formar un cartel
keten, de ~s losmaken : discatenar
kisten /WW/ : (beplanking voor betonwerk maken) incoffrar
kledingstuk, een ~ laten maken : facer confectionar un vestimento
korten /BN/ : (korter maken) curtar, accurtar
krachteloos, argumenten ~ maken : invalidar argumentos
kruisteken, het ~ maken : facer le signo del cruce, signar se
laten, ik heb me ~ wijsmaken dat : io me ha lassate dicer que
leren /WW/ : (zich een gewoonte eigen maken) apprender
lospeuteren /WW/ : (met moeite losmaken) distachar {sj} con difficultate
louteren /WW/ : (FIG) (moreel beter maken) purificar
machteloos, iemand ~ maken : paralysar un persona, reducer un persona al impotentia
matten /WW/ : (dof maken) matar
meester, zich ~ maken van : prender possession/controlo de, sasir
mesten /WW/ : (vruchtbaar maken) ingrassiar, fertilisar, abonar, (a)meliorar
mesten /WW/ : (vee vet maken) ingrassiar
min, ik tracht zo ~ mogelijk fouten te maken : io essaya de committer le minor (minor) quantitate possibile de errores.
nestelen /WW/ : (een nest maken) facer un nido, nidificar, annidar
noemen /WW/ : (een naam/hoedanigheid geven) appellar, nominar, denominar, (betitelen) qualificar (de), (uitmaken (voor)) tractar (de)
nut, zich iets ten ~te maken : profitar de un cosa
offerte, een ~ maken/doen : facer/presentar un offerta
omreis, wegens de oorlog heeft hij een grote ~ moeten maken : a causa del guerra ille ha debite facer un grande deviation
ondoorlatend, ~ maken : impermeabilisar
ondoorlatend, het ~ maken : impermeabilisation
onnodig, ~e kosten maken : facer costos/expensas inutile/superflue
onsterfelijk, ~ maken : render immortal, immortalisar, eternisar
onsterfelijk, zich ~ belachelijk maken : render se incredibilemente ridicule
ontbloten /WW/ : (bloot maken) denudar, discoperir
ontluisteren /WW/ : (einde maken aan mystificatie) demystificar
ontnuchteren /WW/ : (nuchter maken) disebriar, disinebriar
ontstemd, ~ maken : discontentar
ontstemmen /WW/ : (ontevreden maken) discontentar
ontvetten /WW/ : (vetvrij maken) disgrassar
oorspronkelijk /BN/ : (de oorsprong of de oudste vorm uitmakend) original, originari, primitive, prime, primordial
opborstelen /WW/ : (schoonmaken) brossar
opensplijten /WW/ : (een opening maken in) finder
oplichten /BN/ : (geld/goed afhandig maken) fraudar, defraudar
opnemen /WW/ : (ergens deel van laten uitmaken) incorporar (in), integrar (in)
opschieten /WW/ : (voortmaken) hastar se
opschuiven /WW/ : (opschikken om plaats te maken) serrar se, facer loco
opspuiten /WW/ : (hoger maken) elevar le nivello (de un terreno) con sablo/arena
opstarten /WW/ : (bedrijfsklaar maken) preparar
opwachting, bij de minister zijn ~ maken : presentar su homages/respectos al ministro
over, elkaar ~ en weer verwijten maken : facer se reproches {sj} reciproc (reciproc)/mutue/mutual
overstemmen (overstemmen) /WW/ : (meer geluid maken) coperir, dominar
pasfoto, een ~ laten maken : facer facer un photo(graphia) de identitate
pasje, korte ~s maken : marchar {sj} a parve passos
pirouette, een ~/~s maken : facer un pirouette/pirouettes, pirouettar {oe}
plagen /WW/ : (trachten boos te maken) vexar
pletten /WW/ : (plat maken) applattar, applanar
portefeuillekwestie, een ~ van iets maken : poner le question de confidentia de un cosa
promotie, ~ maken : obtener un promotion, avantiar, ascender, (carrière maken) facer carriera
publiekelijk, iemand ~ te schande maken : vergoniar publicamente un persona
punten /WW/ : (een punt maken aan) taliar/appunctar
raming, een ~ van de kosten maken : facer un estimation del costos
ratelen /WW/ : (lawaai maken) streper
realisatie /ZN/ : (het te gelde maken) realisation
recepteren /WW/ : (klaarmaken) preparar medicamentos
remitteren /WW/ : (overmaken) remitter, transferer
rentegevend, ~ maken : render rentabile, rentabilisar
rentegevend, het ~ maken : rentabilisar
richten /WW/ : (recht maken) poner recte
roosteren /WW/ : (toost maken van) toastar {oo}, tostar
samenhang, uit de ~ van de zin de betekenis opmaken : deducer/traher le signification del contexto
samenspannen, alles spant samen om mij ongelukkig te maken : toto conspira pro render me infelice
sappel, zich te ~ maken : effortiar se multo, facer se problemas
schande, iemand te ~ maken : facer vergonia a un persona, jectar le opprobio super (super) un persona
schande, zijn familie ~ aandoen/te ~ maken : dishonorar/disgratiar su familia, facer vergonia a su familia, jectar dishonor/infamia super (super) su familia
schatting, een ~ van de kosten maken : evalutar le costos
schoolrijp, bezigheden die het jonge kind ~ moeten maken : activitates prescholar
schorten /WW/ : (korter maken) accurtar
simplificeren /WW/ : (eenvoudig voorstellen) simplificar, schematisar, reducer al essential, (gemakkelijker maken) facilitar
slechten /WW/ : (vlak maken) applanar, equalisar, (op hetzelfde niveau brengen) nivellar
sluiten /WW/ : (dichtmaken) clauder
sluitend, een begroting ~ maken : equilibrar un budget (E)
smelten /WW/ : (vloeibaar maken) funder, liquefacer
smetten /WW/ : (vuilmaken) macular, polluer
snel, zich ~ uit de voeten maken : fugir a tote velocitate
spotten, (belachelijk maken) ~ met : mocar, derider, irrider, ludificar, ridiculisar, render ridicule
spottend, ~e opmerkingen maken : ironisar
stampen /WW/ : (door stoten kleiner maken/mengen) triturar, pulverisar
stel, op ~ maken : mitter in ordine
stemhebbend, ~ maken : sonorisar
stemhebbend, het ~ maken : sonorisation
stemloos, ~ maken : devocalisar
stemming, ~ maken voor iemand : facer propaganda pro un persona
stemmingmakerij, zich schuldig maken aan ~ : manipular le opinion public
steriel, ~ maken : sterilisar
steriel, het ~ maken : sterilisation
steriel, ~ maken : sterilisar
sterilisatie /ZN/ : (het vrijmaken van ziektekiemen) sterilisation, disinfection
steriliseren /WW/ : (onvruchtbaar maken) sterilisar
sterk, ~(er) maken : fortificar
sterksmakend /BN/ : forte
sterksmakend, ~e boter : butyro (butyro) rancide
stevig, ~ maken : stabilir, firmar
stevig, iets ~ vastmaken : attachar {sj} un cosa solidemente
stijgen /WW/ : (toenemen, groter maken/worden) augmentar, crescer, accrescer, montar, altiar
storten /WW/ : (overmaken) versar, pagar, deponer, transferer, depositar (in un banca)
strik, een ~ in zijn veters maken : nodar su lacettos
tegenwerping, ~en maken : sublevar objectiones, objectar, remonstrar
temmen /WW/ : (tam maken) domar
temmen /WW/ : (tot huisdier maken) domesticar
tempo, ~ maken! : plus rapide!
terneerdrukken /ZN/ : (bedrukt maken) deprimer, dismoralisar
terugdraaien /WW/ : (ongedaan maken) annullar, cancellar
terugschroeven /WW/ : (ongedaan maken) annullar, cancellar, revocar
testament, een ~ maken : facer un testamento, testar
testament, per ~ vermaken : disponer/legar per testamento
testeren /WW/ : (een testament maken) disponer per testamento, testar
testeren /WW/ : (bij beschikking vermaken) legar
tetteren /WW/ : (muziek maken) trompettar
toegankelijk, een winkel beter ~ maken : render plus accessibile un magazin
toespeling, een bedekte ~ op iets maken : referer se subtilmente a un cosa, facer un allusion velate a un cosa
toilet /ZN/ : (handeling om zich te kappen/te kleden en op te maken) toilette (F)
totaliseren /WW/ : (tot een totaliteit maken) totalisar, integrar
trekbank /ZN/ : (om metaaldraad te maken) filiera
tuiten /WW/ : (tot een tuit maken) avantiar
uiteten /WW/ : (arm maken) exploitar {plwa}
uitgifte /ZN/ : (het in druk bekend maken) publicar
uitleggen /WW/ : (vergroten) extender, aggrandir, (breder/wijder maken) allargar, (langer maken) allongar
uitmaken, de koning en de ministers maken de regering uit : le rege e le ministros forma/constitue le governamento
uitmaken, dat is moeilijk uit te maken : isto es difficile a determinar
uitputten /WW/ : (opmaken, legen) exhaurir, vacuar
uitputten /WW/ : (puttend leegmaken) disaquar
uitschieten /WW/ : (plotselinge beweging maken) derapar
uitsluiten /WW/ : (onmogelijk maken) excluder, precluder
up-to-date, een schoolboek ~ maken : actualisar un manual scholar
vastkitten /WW/ : attachar {sj} con mastico, masticar, (met lijm vastmaken) collar
verankeren /WW/ : (stevig vastmaken) ancorar, fixar solidemente
verbeteren /WW/ : (beter maken) (a)meliorar, (perfectioneren) perfectionar
verbreden /WW/ : (meer omvattend maken) extender
verdichten /WW/ : (dichter maken) comprimer, condensar, densificar, compactar, spissar, inspissar
verdienstelijk, zich ~ maken : render se utile
verduisteren /WW/ : (donker maken) privar de luce/lumine, occultar le luces/lumines, obscurar, (ASTRON) eclipsar, occultar, (benevelen) offuscar
verduistering /ZN/ : (het duister maken) obscuration, (beneveling) offuscation, offuscamento
vereelten /WW/ : (eeltig maken) render callose, (FIG) indurar
vereeuwiging /ZN/ : (het onsterfelijk maken) immortalisation, eternisation, (van toestand) perpetuation
vergroten /WW/ : (groter maken) aggrandir, allargar, ampliar, amplificar, extender, incrementar
vergroting /ZN/ : (het groter maken/worden/zijn) aggrandimento, amplification, incremento, allargamento, allargation
verhaal, om een lang ~ kort te maken : pro esser breve
verhitten /WW/ : (warm maken) calefacer
verkorten /WW/ : (korter maken) accurtar, abbreviar, reducer, condensar
verlichten /WW/ : (minder zwaar maken) alleviar, (FIG ook) relevar, facilitar
vermeerderen /WW/ : (groter maken) augmentar, extender, accrescer, incrementar, majorar, adjunger a, adder a, multiplicar, ampliar
verpesten /WW/ : (bederven, in de war sturen, kapot maken) guastar
verslechteren /WW/ : (slechter maken) (im)pejorar, aggravar, degradar, deteriorar
versplinteren /WW/ : (tot splinters maken) rumper in fragmentos, fracassar, fragmentar, (FIG) fractionar, fragmentar
versteedsen /WW/ : (steeds maken) conferer le mentalitate del citate/urbe a
verstenen /WW/ : (tot steen maken) converter in petra, petrificar, fossilisar, (GEOL) lapidificar, (FIG) indurar
verstevigen /WW/ : (steviger maken) reinfortiar, fortificar, consolidar, affirmar
verstijven /WW/ : (steviger maken) rigidir, reinfortiar, fortificar
verwateren /WW/ : (waterig maken) diluer
verwestersen /WW/ : (westers maken) occidentalisar
verzachten /WW/ : (minder hard maken) amollir, emollir, mollificar, ablandar, dulcificar
verzachten /WW/ : (minder krachtig maken) attenuar, (van geluid) assurdar
verzachtend /BN/ : (weekmakend) emolliente, mollificante, ablandante
verzilten /WW/ : (zout/brak maken) render salin/salmastre
verzoeten /WW/ : (zoet maken) dulcificar, edulcorar, adulciar
verzuim, een ~ herstellen/goedmaken : reparar/rectificar/corriger un omission/oblido
verzwaren /WW/ : (FIG) (sterker maken) reinfortiar, aggravar
vet, ~(ter) maken/worden : ingrassiar
vilten /WW/ : (tot vilt maken) feltrar
visite, ~s maken/afleggen : facer visitas
vloeibaar, ~ te maken : fluidificabile
vocaliseren /WW/ : (stemhebbend maken) vocalisar
voorbereiden /WW/ : (van te voren klaarmaken) preparar, apprestar
voorstelling, ergens een ~ van maken : representar/depinger un cosa
voorstelling, zich een ~ van iets maken : facer se un idea/imagine de un cosa, imaginar se un cosa
vrijmaken, iemand van een verplichting trachten vrij te maken : essayar de liberar un persona de un obligation
vuurwerk, kunst om ~ te maken : pyrotechnica
waar, zijn beloften ~ maken : realisar su promissas
water, (lekken) ~ maken : facer aqua
waterafstotend, ~ maken : impermeabilisar, hydrofugar
waterafstotend, het ~ maken : impermeabilisation
waterdicht, ~ maken : impermeabilisar, hydrofugar
waterdicht, het ~ maken : impermeabilisation
waterpas, ~ maken : nivellar
waterproef, ~ maken : impermeabilisar
waterproef, het ~ maken : impermeabilisation
wenteling, drie ~en maken : facer tres tornos
westers, ~ maken : occidentalisar
wet, ~ten maken : legiferar
wet, ~ten makend : legifere
winstkans /ZN/ : (kans om winst te maken) possibilitate de beneficio/de profito
ziektebrengend /BN/ : Zie: ziekmakend-1
ziekteveroorzakend /BN/ : Zie: ziekmakend-1
ziekteverspreidend /BN/ : Zie: ziekmakend-1
zoeten /WW/ : (zoet maken) sucrar, saccharar, dulcificar, edulcorar
zout, ~ bevattend, naar ~ smakend : salate
zuiveren, water ~ : epurar/depurar/purificar aqua, (drinkbaar maken) potabilisar le aqua
zwart, (belasteren) ~ maken : denigrar, detraher
zwarten /WW/ : (zwart maken) nigrar