Compulsar octo dictionarios de interlingua

Piet Cleij e le IED. Modo de empleo. Creative Commons License Menu de inter­lingua.
Alsi majusculas Solo entratas Parolas integre 2k5
Sin exemplos Alsi linea previe / proxime Liga­mine para­metri­sate
nl‑ia ia‑nl en‑ia (G&B) en‑ia (S&G) ia‑en (IED) de‑ia es‑ia eo‑en
Postfiltro:

taal /ZN/ : lingua
taal, vreemde -- : lingua estranier
taal, klassieke -- : lingua classic
taal, moderne -- : lingua moderne
taal, dode -- : lingua morte
taal, levende -- : lingua vivente/vive
taal, geschreven -- : lingua scripte
taal, gesproken -- : lingua parlate/oral
taal, analytische -- : lingua analytic
taal, synthetische -- : lingua synthetic
taal, agglutinerende -- : lingua agglutinante
taal, schriftloze -- : lingua analphabetic
taal, internationale -- : lingua international
taal, universele -- : lingua universal
taal, oosterse -- : lingua oriental
taal, Nederlandse -- : lingua nederlandese
taal, Engelse -- : lingua anglese
taal, Keltische -- : lingua celtic
taal, Scandinavische --en : linguas scandinave
taal, creoolse --en : linguas creol
taal, Indo-Europese --en : linguas indoeuropee (indoeuropee)
taal, Germaanse --en : linguas germanic
taal, Kaukasische --en : linguas caucasian
taal, Slavische --en : linguas slave
taal, inheemse -- : lingua indigena (indigena)
taal, gewestelijke -- : lingua regional, dialecto
taal, aanleg voor --en : dono pro le/de linguas
taal, een -- kennen : saper un lingua
taal, een -- spreken : parlar un lingua
taal, dezelfde -- spreken : parlar le mesme lingua
taal, een -- beheersen : dominar/posseder/maestrar un lingua
taal, in twee --en : bilingue
taal, in drie --en : trilingue
taal, in alle --en zwijgen : esser completemente silente, esser un sepulcro
taal /ZN/ : (taalgebruik) linguage, parolas
taal, gewone -- : linguage currente/familiar/usual/commun/quotidian
taal, beeldende -- : linguage expressive
taal, technische -- : linguage technic
taal, bloemrijke -- : linguage floride
taal, godslasterlijke -- : parolas impie
taal, verstandige -- : linguage rationabile
taal, ruwe -- : linguage vulgar/grossier
taal, duidelijke -- spreken : parlar claro
taal /ZN/ : (communicatiesysteem) linguage
taal, -- der bloemen : linguage del flores
taal, -- der liefde : linguage del amor
taal, -- van de hartstocht : linguage del passion
taal, -- der ogen : linguage del oculos
taal, -- van het lichaam : linguage del corpore
taal, -- der bijen : linguage del apes
taal, -- der vogels : linguage del aves
taal, de cijfers spreken een duidelijke -- : le cifras es multo clar
taal, -- noch teken geven : non dar signos/signales de vita
taalachterstand /ZN/ : retardo/arretrato/lacunas linguistic
taalakte /ZN/ : diploma/certificato de inseniamento de un lingua
taalanalyse /ZN/ : analyse (analyse) (-ysis) del lingua
taalarm /BN/ : cuje linguage es povre/paupere, de linguage povre/paupere
taalarmoede /ZN/ : deficientia linguistic
taalatlas /ZN/ : atlas (atlas)/mappa linguistic
taalbarrière /ZN/ : barriera linguistic
taalbederf /ZN/ : deterioration/corruption del linguage
taalbederver /ZN/ : corruptor del linguage
taalbeeld /ZN/ : aspecto del lingua
taalbegrip /ZN/ : (opvatting van taal) concepto/notion philologic/linguistic/del lingua
taalbegrip /ZN/ : (taalinzicht) idea (idea) de grammatica
taalbeheersing /ZN/ : (taalvaardigheid) maestria (maestria) de un lingua, facilitate de expresssion, cognoscentias/cognoscimentos linguistic
taalbeheersing /ZN/ : (vakgebied) dominio del lingua, dominio del medios expressive, linguistica applicate
taalbeoefenaar /ZN/ : philologo (philologo)
taalbeoefening /ZN/ : philologia (philologia)
taalbeschouwing /ZN/ : reflexion super (super) le lingua
taalbeschrijving /ZN/ : description linguistic/del lingua(s)
taalbestand /ZN/ : vocabulario
taalbeweging /ZN/ : movimento linguistic
taalbewustzijn /ZN/ : conscientia linguistic
taalboek /ZN/ : manual de lingua
taalcompensatie /ZN/ : compensation linguistic
taalcompetentie /ZN/ : competentia linguistic
taalcongres /ZN/ : congresso philologic/linguistic/de linguistas/de linguistica
taalconsulent /ZN/ : consiliero linguistic
taalcursus /ZN/ : curso de lingua
taaldeel /ZN/ : parte del oration
taaldiploma /ZN/ : diploma de lingua
taaldomein /ZN/ : campo linguistic
taaleenheid /ZN/ : unitate linguistic/de(l) lingua
taaleigen /ZN/ : idioma, usos idiomatic
taaleigen, het Nederlandse -- : le idioma nederlandese
taaleigenaardigheid /ZN/ : idiotismo
taaleigenaardigheid, Engelse -- : anglicismo
taaleigenaardigheid, Franse -- : gallicismo
taaleigenaardigheid, Duitse -- : germanismo
taaleiland /ZN/ : insula linguistic
taalelement /ZN/ : elemento linguistic
taalervaring /ZN/ : experientia linguistic
taalevolutie /ZN/ : evolution linguistic
taalexamen /ZN/ : examine de lingua
taalexpansie /ZN/ : expansion linguistic
taalfactor /ZN/ : factor linguistic
taalfamilie /ZN/ : familia linguistic/de linguas
taalfilosofie /ZN/ : philosophia (philosophia) linguistic/del lingua/del linguage
taalfout /ZN/ : error/falta linguistic/de linguage, (grammaticaal) error/falta de grammatica
taalfunctie /ZN/ : function linguistic
taalgebied /ZN/ : (streek) region/territorio linguistic
taalgebied, het Franse -- : le region/paises francophone, le francophonia (francophonia)
taalgebied /ZN/ : (alles mbt de taal) dominio/campo linguistic/del lingua/del linguistica
taalgebied, op -- : in linguistica
taalgebied, de nieuwe opvattingen op -- : le nove conceptiones linguistic
taalgebied, op -- munt hij niet uit : ille non excella in linguas, ille non es multo bon in linguas
taalgebonden /BN/ : (door een bepaalde taal) specific pro un lingua
taalgebonden /BN/ : (door het verschijnsel taal) determinate linguisticamente
taalgebrek /ZN/ : defecto de linguage
taalgebruik /ZN/ : uso/usage linguistic/de lingua, linguage
taalgebruik, correct -- : usage linguistic correcte
taalgebruik, verkeerd -- : usage linguistic incorrecte/erronee
taalgebruik, schriftelijk -- : linguage scripte
taalgebruik, mondeling -- : linguage oral/parlate
taalgebruik, gemeenzaam -- : linguage colloquial/familiar/popular/informal
taalgebruik, grof/ruw -- : linguage grossier/vulgar
taalgebruik, technisch -- : linguage technic
taalgebruik, figuurlijk -- : linguage figurate/metaphoric
taalgebruik, dichterlijk/poëtisch -- : linguage poetic
taalgebruik, administratief -- : linguage/phraseologia (phraseologia) administrative
taalgebruik, expressief -- : linguage expressive
taalgebruik, discursief -- : linguage discursive
taalgebruik, wetenschappelijk -- : linguage/phraseologia (phraseologia) scientific
taalgebruik, hedendaags -- : linguage contemporanee
taalgebruik, exuberant -- : linguage exuberante
taalgebruik, hij heeft zijn -- bijgeschaafd : ille ha polite su linguage
taalgebruiker /ZN/ : usator del lingua
taalgedrag /ZN/ : comportamento linguistic
taalgeleerde /ZN/ : linguista
taalgemeenschap /ZN/ : communitate linguistic
taalgeografie /ZN/ : geographia (geographia) linguistic
taalgeschiedenis /ZN/ : historia linguistic/del lingua, linguistica historic
taalgeslacht /ZN/ : genere grammatical
taalgevoel /ZN/ : intuition/instincto/sentimento/sensibilitate/conscientia linguistic, sentimento/senso del lingua
taalgevoeligheid /ZN/ : Zie: taalgevoel
taalgezag /ZN/ : autoritate linguistic
taalgids /ZN/ : guida/manual de conversation
taalgoed /ZN/ : tresor linguistic
taalgrens /ZN/ : frontiera linguistic
taalgroep /ZN/ : (mensen) gruppo linguistic
taalgroep /ZN/ : (talen) gruppo/familia de linguas
taalhandeling /ZN/ : acto de linguage
taalhervormer /ZN/ : reformator de un lingua
taalhervorming /ZN/ : reforma de un lingua
taalhistorie /ZN/ : Zie: taalgeschiedenis
taalhistorisch /BN/ : linguohistoric
taalkaart /ZN/ : mappa/carta linguistic
taalkenner /ZN/ : philologo (philologo), linguista
taalkennis /ZN/ : cognoscientias/cognoscimentos linguistic/de un lingua/de linguas
taalkennis, zijn -- uitbreiden : ampliar su cognoscentias/cognoscimentos linguistic
taalkern /ZN/ : nucleo linguistic
taalkiezer /ZN/ : selector de lingua
taalklank /ZN/ : phonema
taalkunde /ZN/ : linguistica, glottologia (glottologia)
taalkunde, descriptieve/beschrijvende -- : linguistica descriptive
taalkunde, synchronische -- : linguistica synchronic
taalkunde, diachronische -- : linguistica diachronic
taalkunde, normatieve -- : linguistica normative
taalkunde, toegepaste -- : linguistica applicate
taalkunde, vergelijkende -- : linguistica comparative
taalkunde, historische -- : linguistica historic
taalkunde, algemene -- : linguistica general
taalkunde, functionele -- : linguistica functional
taalkunde, generatieve -- : linguistica generative
taalkunde, structurele -- : linguistica structural
taalkunde, Nederlandse taal- en letterkunde : lingua e litteratura nederlandese, philologia (philologia) nederlandese
taalkundig /BN/ : linguistic, glottologic
taalkundig, --e ontleding : analyse (analyse) (-ysis) grammatical/morphologic
taalkundig, -- ontleden : facer un analyse (analyse) (-ysis) grammatical/morphologic
taalkundig, een -- toegelichte uitgave : un edition accompaniate de annotationes linguistic, edition annotate
taalkundige /ZN/ : linguista, glottologo (glottologo), glottologista
taalkundige /ZN/ : philologo (philologo)
taalkundige /ZN/ : grammatico
taalkunstenaar /ZN/ : artista/virtuoso del linguage
taalkwestie /ZN/ : question linguistic
taalleraar /ZN/ : professor de lingua(s)
taallerares /ZN/ : professora de lingua(s)
taalles /ZN/ : lection de lingua
taalmateriaal /ZN/ : material linguistic
taalmeester /ZN/ : Zie: taalleraar
taalmethode /ZN/ : methodo (methodo) de lingua
taalminderheid /ZN/ : minoritate linguistic
taalmoeilijkheden /ZN MV/ : difficultates linguistic
taalmonument /ZN/ : monumento linguistic/de lingua
taalnieuwigheid /ZN/ : innovation linguistic, neologismo
taalnorm /ZN/ : norma linguistic
taalnuance /ZN/ : nuance (F) linguistic/de linguage
taaloefening /ZN/ : exercitio linguistic/de lingua/de grammatica
taalonderricht /ZN/ : Zie: taalonderwijs
taalonderwijs /ZN/ : inseniamento de linguas/de un lingua
taalonderzoek /ZN/ : examine del lingua
taalontwikkeling /ZN/ : (mbt de taal) Zie: taalevolutie
taalontwikkeling /ZN/ : (mbt een persoon) disveloppamento linguistic
taalopvatting /ZN/ : conception del linguage
taalparticularisme /ZN/ : particularismo linguistic
taalperiode /ZN/ : periodo (periodo) del lingua
taalpolitiek /ZN/ : politica linguistic
taalpolitiek /BN/ : relative al politica linguistic
taalprobleem /ZN/ : problema linguistic/del lingua
taalpsychologie /ZN/ : psycholinguistica
taalpsychologisch /BN/ : psycholinguistic
taalregel /ZN/ : regula grammatical/de grammatica
taalregister /ZN/ : registro del lingua
taalritme /ZN/ : rhythmo de un/del lingua
taalschat /ZN/ : tresor linguistic/de un lingua/del lingua, patrimonio lexical, lexico
taalschepping /ZN/ : creation linguistic
taalschikking /ZN/ : syntaxe (-axis (-axis))
taalschrift /ZN/ : quaderno pro exercitios de grammatica
taalsociologie /ZN/ : sociologia (sociologia) linguistic, sociolinguistica
taalsociologisch /BN/ : sociolinguistic
taalsocioloog /ZN/ : sociolinguista
taalstatuut /ZN/ : (in België) statuto super (super) le uso del linguas
taalstrijd /ZN/ : rivalitate del linguas, antagonismo/querela/conflicto linguistic, lucta inter (inter) duo linguas
taalstrijd, de -- in België : le conflicto linguistic in Belgio/Belgica
taalstudie /ZN/ : (studie van één of meer talen) studio linguistic/de un lingua/de linguas
taalstudie /ZN/ : (studie van de taal als verschijnsel) linguistica
taalsysteem /ZN/ : systema linguistic
taalteken /ZN/ : signo linguistic
taaltheorie /ZN/ : theoria (theoria) del lingua
taaltypologie /ZN/ : typologia (typologia) linguistic
taaluiting /ZN/ : manifestation/acto linguistic, enunciato
taalvaardigheid /ZN/ : Zie: taalbeheersing
taalvariant /ZN/ : variante linguistic
taalverandering /ZN/ : cambio linguistic
taalverarming /ZN/ : impovrimento del/de un lingua
taalverbastering /ZN/ : barbarismo
taalveredeling /ZN/ : innobilimento del/de un lingua
taalvergelijking /ZN/ : linguistica comparative, philologia (philologia)
taalvernieuwing /ZN/ : neologia (neologia)
taalverrijking /ZN/ : inricchimento del/de un lingua
taalverschijnsel /ZN/ : phenomeno (phenomeno) linguistic
taalverschil /ZN/ : differentia linguistic/de lingua(s)
taalvervuiling /ZN/ : Zie: taalbederf
taalverwantschap /ZN/ : parentato/affinitate linguistic/de linguas
taalverwantschap, typologische -- : affinitate linguistic typologic
taalverwantschap, genetische -- : affinitate linguistic genetic
taalverwerving /ZN/ : acquisition linguistic/de un lingua
taalvirtuoos /ZN/ : virtuoso de linguage
taalvorm /ZN/ : forma linguistic/de linguage
taalvorser /ZN/ : linguista
taalwet /ZN/ : (vaste regel in een taal) lege linguistic/del grammatica/del syntaxe (-axis (-axis))
taalwet /ZN/ : (wettelijk voorschrift in een land) lege linguistic
taalwetenschap /ZN/ : linguistica, scientia del lingua/del linguage
taalwetenschap, algemene -- : linguistica general
taalwetenschap, vergelijkende -- : linguistica comparative
taalwetenschap, normative -- : linguistica normative
taalwetenschap, beschrijvende/descriptieve -- : linguistica descriptive
taalwetenschap, toegepaste -- : linguistica applicate
taalwetenschap, historische -- : linguistica historic
taalwetenschap, diacronische -- : linguistica diachronic
taalwetenschap, synchronische -- : linguistica synchronic
taalwetenschap, functionele -- : linguistica functional
taalwetenschap, generatieve -- : linguistica generative
taalwetenschap, structurele -- : linguistica structural
taalzuiveraar /ZN/ : purista
taalzuiverheid /ZN/ : puressa del lingua
taalzuivering /ZN/ : epuration del lingua, purismo