Compulsar octo dictionarios de interlingua

Piet Cleij e le IED. Modo de empleo. Creative Commons License Menu de inter­lingua.
Alsi majusculas Solo entratas Parolas integre 2k5
Sin exemplos Alsi linea previe / proxime Liga­mine para­metri­sate
nl‑ia ia‑nl en‑ia (G&B) en‑ia (S&G) ia‑en (IED) de‑ia es‑ia eo‑en
Postfiltro:

afstapje /ZN/ : scalon (fixe)
afstapje, let op het --! : attention al scalon!
afstappen /WW/ : descender, (van fiets OOK) dismontar
afstappen, het -- : descendita (descendita), descension
afstappen, ik stap van mijn fiets : io descende/dismonta de mi bicycletta
afstappen, van het trottoir -- : descender del trottoir (F)
afstappen /WW/ : 
afstappen, (stappen naar) op iemand -- : diriger se (a pede) verso un persona
afstappen /WW/ : abandonar, renunciar a, desister se de
afstappen, van zijn onderwerp -- : abandonar su subjecto, passar a un altere subjecto
excursie /ZN/ : (uitstapje) excursion, tour (F)
instappen /WW/ : (mbt voertuig) montar
instappen, in een vliegtuig stappen : montar a bordo de un avion
instappen, in de trein stappen : montar in un traino
instappen, vlug -- : montar rapidemente
instappen /WW/ : (binnenstappen) entrar in
instappen /WW/ : (meedoen aan) adherer a
maken, een uitstapje -- : facer un parve excursion
opstapje /ZN/ : scalon, scaletta fixe
opstapje, pas op voor het -- : attention al scalon
opstappen /WW/ : (vertrekken) partir, ir via, (ontslag nemen) dimitter
opstappen, de directeur is opgestapt : le director ha prendite su dimission
opstappen /WW/ : (stappend omhooggaan) ascender, montar (super (super)), (op een fiets) montar a bicycletta
opstappen, de stoep -- : montar super le trottoir (F)
overschakelen /WW/ : (FIG) (overstappen, iets anders gaan gebruiken) passar a (le usage de)
overstapje /ZN/ : billet/ticket de correspondentia
overstapje /ZN/ : 
overstapje,  een -- maken : saltar trans le ballon
overstapkaartje /ZN/ : Zie: overstapje-1
overstappen /WW/ : (over iets heen stappen) passar, passar trans (un cosa)
overstappen, de drempel -- : passar le limine
overstappen /WW/ : (mbt een reisgelegenheid) cambiar de linea/de vehiculo/de traino/de autobus, etc.
overstappen, ik moet in Utrecht -- : io debe cambiar a Utrecht
overstappen,  passagiers laten -- : transbordar passageros
overstappen /WW/ : (van het een op/in het andere stappen) passar (de un puncto/loco a un altere, de un subjecto a un altere)
overstappen, de spreker stapte over naar het volgende onderwerp : le orator passava al subjecto sequente
reis, (uitstapje) --je : excursion
reiziger, --s naar Bilthoven, hier overstappen : le passageros con destination de Bilthoven debe descender hic, per favor
stijgen /WW/ : (opstappen) montar
stijgen /WW/ : (af-/uitstappen) descender (de)
tocht /ZN/ : (reis) viage, cursa, circuito (circuito), tour (F), (uitstapje) excursion
trip /ZN/ : (uitstapje) excursion, tour (F)
uitje /ZN/ : (uitstapje) excursion
uitstapje /ZN/ : (plezierreis) excursion
uitstapje, een-- maken : facer un excursion
uitstapje /ZN/ : (uitweiding) divagation
uitstappen /ZN/ : (uit bus/trein, etc.) descender
uitstappen, het -- : descendita (descendita), descension
uitstappen, uit de trein stappen : descender del traino
uitstappen, de buschauffeur heeft alle passagiers laten -- : le conductor del autobus ha facite descender tote le passageros
uitstijgen /WW/ : (uitstappen) descender
vakantieuitstapje /ZN/ : Zie: vakantietrip
verstappen /WW/ : (stappend van plaats veranderen) displaciar se a pede
verstappen /WW/ : 
verstappen, (verkeerde stap doen) zich -- : facer un passo false
zondagsuitstapje /ZN/ : excursion dominical/del dominica
abandonar, -- un subjecto : van een onderwerp afstappen
autobus, cambiar de -- : overstappen
cambiar, -- de vehiculo/de traino/de autobus, etc. : overstappen
excursion /sub/ : uitstapje, tocht(je), reisje, excursie
excursionismo /sub/ : het maken van excursies of uitstapjes
montar /v/ : bestijgen, beklimmen, opgaan, instappen
partita /sub/ : partij(tje), feest(je), vermaak, uitstapje
scaletta, -- fixe : opstapje
scalon /sub/ : sport (van ladder), trede (van trap), opstapje 
scalon, attention al -- : pas op voor het opstapje 
station, descender al sequente -- : bij de volgende halte uitstappen 
tour /sub/ : trip, uitstapje, excursie, uitje
traino, cambiar de -- : overstappen 
transbordar /v/ : (passagiers) laten overstappen (naar een ander schip)
transbordo /sub/ : het overstappen (van passagiers naar een ander schip)